Liste des jardins
- Het snoeien van uw rozelaars
- Tips voor uw potplanten en uw bloembakken
- Tuintips van Ivo Pauwels in juli
- Borderplanten steunen
- Tuintips van Filroses: hoe uw rozelaars snoeien ?
- Tips van de Vlaamse Compostorganisatie vzw Vlaco
- Hoe kan men slakken uitschakelen ?
- Tuintips voor grondsoorten.
- Hoe uw tuingereedschappen goed onderhouden.
- Tuinwerken voor de maand october en november
Tuinieren Tips
Het snoeien van uw rozelaars
Het licht bleef een hele tijd op oranje staan daar we met een bijzondere voorbije winter te maken hadden. Nogal wat tuinierders zullen net als wij een paniek reactie gehad hebben toen ze tijdens de eerste dagen van de lente vaststelden dat er in hun tuin vele zwarte takken aanwezig waren.
Het begin van de winter was zeer zacht. Talrijke rozelaars begonnen in januari reeds knoppen te krijgen en de takken overladen met plantensap weerstonden niet aan de felle vriesperiode die er op volgde. De meeste rozelaars, zeker diegene die aangeaard werden, wisten aan de basis wel hun groen hout te behouden en zullen wel weer volop in bloei komen als u hen de nodige zorgen geeft die we u hier voorstellen.
Twee families van de rozelaars: de "Noisettes" en de "Moschatas”, hebben zoals we konden verwachten, heel wat minder weerstand geboden aan de felle winter. We konden zelf vaststellen dat de rozelaars die zich in de minder beschermde delen van de tuin bevinden meer afgezien hebben van de winter dan de rozelaars die betere bescherming kregen. In de commentaren van vele van onze klanten werd die vaststelling bevestigd en versterkt. Dit ligt in de logica van de voorbije winter die op alle gebied uitzonderlijk was. De rozelaars die geplant werden in beschermde delen van de tuin profiteerden meer van de al te zachte temperaturen in de eerste wintermaanden en kregen daardoor nog vroeger knoppen. Terwijl bij de rozelaars die minder beschermd waren het opkomen van het plantensap minder actief was.
Neem uw snoeischaren nu maar ter hand
We hebben dit jaar veel langer gewacht dan gewoonlijk om u aan te raden met het snoeien te beginnen. Het opkomen van het plantensap in de lente heeft de basis van heel wat rozelaars die verloren leken, weer doen opleven en de regenbuien van de laatste dagen heeft het proces van het opkomende plantensap nog versneld. Het is dus pas nu dat men een definitief bilan kan opmaken en beginnen aan de werkzaamheden om de rozelaars weer kracht en bloei te geven.
Bepaalde rozelaars zullen zeer laag gesnoeid moeten worden (net boven het groen hout). U vraagt zich wellicht af of u dit jaar wel bloei zult hebben, wel het antwoord is natuurlijk JA. U zult kunnen vaststellen dat een stevige snoeibeurt zelfs uw oude rozelaars weer kan doen opleven. Elk jaar heel kort snoeien is nefast want dat zou de rozelaars al te fel uitputten maar een korte snoeibeurt af en toe (om de 4 of 5 jaar) blijkt zeer efficiënt te zijn om oudere, kwijnende planten weer een zekere jeugdige kracht te geven. Zes weken na een stevige snoeibeurt kunt u wellicht wat minder bloemen op uw plant hebben maar die zullen dan wel mooier en dikker zijn dan na een lichtere snoeibeurt.
Hoe werk te gaan?
Voor de herbloeiende rozelaars die niet te lijden hadden van de extreme koudegolven dient u wel op precies dezelfde manier te snoeien als u de voorgaande jaren gedaan hebt. U behoudt 3 à 5 takken, bij voorkeur de meest levenskrachtige takken die het best opgericht zijn.
Voor de Thé-hybriden dient u op 15 à 20 cm van de grond te snoeien, net boven een oog of wortelscheut die naar de buitenkant gericht is. Voor de polyanthas en de floribundas dient u de plant voor de helft te snoeien door aan de basis de zwakke en slecht gerichte takken te verwijderen.
De struik- en Engelse rozelaars dient u tot één derde van de takken te verwijderen. U mag de secundaire takken van de klimmende rozelaars snoeien tot 10 à 15cm en snoei tevens de puntjes van de afgebroken hoofdtakken.
De 4-jarige (en oudere) klimrozelaars waarvan u de takken niet horizontaal heeft kunnen leiden, dient u de oudste stengel tot aan de grond te snoeien en zo de rozelaar kans te geven om nieuwe takken en knoppen te ontwikkelen. Die zullen dan op hun beurt voor een verspreide bloei zorgen over de hele hoogte van de plant.
Voeden
Vorig jaar waren er bepaalde rozelaars die bloeiden van april tot in januari, dus 10 maanden lang. U begrijpt dat zulke lange periodes van bloei gevolgd door een zeer speciale winter, grote energetische inspanningen van de planten gevraagd hebben. Daarom gaan we tijdens deze lente speciale aandacht bieden aan de voedingsbehoeften van onze rozelaars en daarbij zijn "meststof + besproeiingen" de twee magische woorden. In tegenstelling met de voorgaande jaren, kunt u dit jaar uw rozelaars vier keer voeden. In plaats van drie keer; in juni, juli en augustus. Net na de snoeibeurt dient u een handvol meststof 'Or Brun' speciaal voor rozelaars, in korrels aan de voet van uw rozelaars uit te strooien. Daarna ook lichtjes in de bewerkte grond harken en besproei de basis van de plant met 10 liter water per rozelaar.
Een handig middeltje
In extreme gevallen kunt u bij rozelaars die moeilijk in bloei komen, de natuur eventueel een beetje helpen door hen een handvol stikstofhoudende meststof te geven (het soort roze meststof dat men gebruikt voor grasperken). Het is een middel dat men zeker niet ieder jaar mag herhalen want teveel stikstof toevoegen zal ertoe leiden dat het gebladerte minder weerstand zal kunnen bieden aan mogelijke ziektes. Maar als het een kwestie van overleven is kan deze methode wel éénmalig uitstekende resultaten opleveren.
Raadpleeg alle uitleg over het snoeien van rozelaars > snoeiles
Tekst en tips van de rozenwekerij Filroses
Web: www.filroses.com
Opgesteld door
Filroses
Tips voor uw potplanten en uw bloembakken
Water geven aan uw potplanten
Potplanten verdampen op snikhete dagen meer dan ze lief is. Vooral als de wortels nauw behuisd zijn en de kluit helemaal doorworteld is. Regelmatig water geven, onder de bladeren en vooral niet op de bloemen, om de bloemen niet te smetten, zal absoluut nodig zijn. Als je veel potplanten hebt, is dat een hele karwei. Ideaal is water geven vroeg op de dag of beter nog bij valavond. Is het echt heet, maak dan de omgeving van de planten een keertje doornat, de terrastegels en zelfs de muren. Op die wijze zorg je voor een vochtige atmosfeer, een echte verademing voor je kamerplanten. Planten met gladde bladeren mag je ’s avonds ook besproeien, behalve als ze bloemen dragen. Wanneer je vaak water geeft, zullen de voedingstoffen uitgeloogd worden. Die kun je op verschillende manieren aanvullen. De interessantste meststof voor kuipplanten zijn meststoffen in een ‘manteltje’ Die meststoffen, vaak in een trosje bij elkaar gelijmd geven de plant niets meer of niets minder dan wat hij vraagt. Vaak is een gekorreld brokje voldoende voor het hele seizoen. Maar ook andere oplosmest geeft goede resultaten. Het spreekt vanzelf dat klein behuisde planten als potplanten meer voeding nodig hebben dan planten in volle grond.
Verleng de bloei van uw bloembakken
Petunia's en andere bloembakplantjes bloeien nog volop. Toch begint de aarde in de bloembakken en potten uitgeput te geraken. Daarom zul je moeten bijmesten. Dat kan op verschillende manieren. Onder andere door een ommantelde meststof toe te voegen. Een speciaal waslaagje zorgt er bij deze meststof voor dat de planten uit de korrels slechts halen wat ze nodig hebben. Ook kun je vloeimest toedienen. Geef ze tot eind augustus elke veertien dagen vloeimest aan de gewone concentratie. Daarbij moet je op het NPK-getal letten. Dat geeft de verhouding aan tussen stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Stikstof doet de planten groeien. Dat gaat in principe ten koste van de bloei. Kalium maakt ze stevig en hardt ze af. Vooral houtige gewassen, struiken en bomen zijn daarmee gebaat. De twijgen rijpen af en gaan gesterkt de winter in. Fosfor bevordert de bloei. Voor pot-, kuip-, en perkplantjes kies je dus best vloeibare plantenvoeding met een hoog fosforgehalte. Het tweede getal, het P-getal moet dan het hoogste zijn: bijvoorbeeld 10-15-10. Maar het beste middel om de bloei te verlengen is de verwelkte bloemen en de vruchtbeginsels te verwijderen. Zo moedig je de plant aan voortdurend nieuwe bloemknoppen te vormen.
Ivo Pauwels
Web: www.ivopauwels.be
Opgesteld door
Ivo Pauwels
''Auteur en tuinman Ivo Pauwels schreef ca. 65 boeken, werkt voor verschillende tijdschriften in binnen- en buitenland, beantwoordt tuinvragen in het Radio2-programma De Madammen en is hoofdredacteur van het VTM programma Groene Vingers."
Tuintips van Ivo Pauwels in juli
De belangrijkste tuinkarweitjes in juli
Schoffel vaak. Dat is effectiever dan herhaaldelijk gieten om het vocht in de bodem te houden.
Plant in het begin van de maand savooi, herfstbroccoli en winterprei. Zaai winterrammenas en knolvenkel.
Plant in de tweede helft van juli aardbeien en zaai dan postelein en warmoes.
Oogst kleinfruit en snoei afgedragen frambozenstengels weg.
Plant tweejarige planten op wachtbed uit.
Steek afleggers van rododendrons en hortensia's en andere struiken in de grond.
Maak de rotstuin schoon.
Krent op het einde van de maand de overvolle druiventrossen door alle kleine druifjes met een dun schaartje uit te knippen.
Pluk de onderste bladen van kastomaten om de vruchten beter te doen rijpen.
Knijp alle dieven (okselscheuten) uit de tomatenstruiken.
Span fijnmazig gaas over prei, ui en worteltjes om de verschillende vliegen en motten en andere belagers milieuvriendelijk en effectief te weren.
Oogst sjalotten en hang ze te drogen.
Verplant baardirissen. Zet ze zo ondiep dat de wortelstok zichtbaar blijft.
Snoei riddersporen en andere junibloeiers. Dan mag je nog een nabloei verwachten.
Snoei eenmaal bloeiende rozelaars zoals de meeste liaanrozen na de bloei.
Opgesteld door
Ivo Pauwels
''Auteur en tuinman Ivo Pauwels schreef ca. 65 boeken, werkt voor verschillende tijdschriften in binnen- en buitenland, beantwoordt tuinvragen in het Radio2-programma De Madammen en is hoofdredacteur van het VTM programma Groene Vingers."
Borderplanten steunen
Het overgrote deel van de borderplanten heeft last van het zotte spel van de wind. In de handel zijn allerhande metalen en soms dure systemen te koop om borderplanten te steunen. Rijshout (snoeihout van fruit- en andere bomen) is en blijft de goedkoopste oplossing. Steek enkele vertakte takken rond de plant en doe het nu, wanneer de planten nog laag zijn. De grillige takken van krulwilg bijvoorbeeld, zijn zeer geschikt.
Je kunt ook bamboes rond de plant steken en ze met touw met elkaar verbinden. Het probleem is dat de bamboes later niet meer onmiddellijk te zien zijn en een tuinier die zich bukt om te wieden lelijk kunnen verwonden. Vooral de ogen zijn erg kwetsbaar. Daarom is het goed een stomp voorwerp over de bamboestok te schuiven, minibloempotjes zijn voor dit doen zeer geschikt. Ook champagnestoppen waarin je eerst een gaatje boort die je stevig om de bamboestok steekt beschermen je tegen eventuele ongevallen.
Ivo
Web: www.ivopauwels.be
Opgesteld door
Ivo Pauwels
''Auteur en tuinman Ivo Pauwels schreef ca. 65 boeken, werkt voor verschillende tijdschriften in binnen- en buitenland, beantwoordt tuinvragen in het Radio2-programma De Madammen en is hoofdredacteur van het VTM programma Groene Vingers."
Tuintips van Filroses: hoe uw rozelaars snoeien ?
Om veel plezier te hebben deze lente met uw rozen, volg de enkele raadgevingen van Filroses en vind een antwoord op deze volgende vragen:
- Hoe uw rozelaars planten ?
- Hoe uw rozelaars verzorgen ?
- Hoe uw rozelaars snoeien ?
- enz...
Vind al hun antwoorden op de Website www.filroses.com
> enkele raadgevingen
Opgesteld door
magischetuinen.be
Tips van de Vlaamse Compostorganisatie vzw Vlaco
Meer genieten in uw prachtige tuin! ‘Plant uw tuin vol vrije tijd’
9 tips voor een onderhoudsarme tuin:
Houdt u van een tuin met een eigen karakter en wat kleur in de borders? Vreest u echter het werk dat mooie borders met zich meebrengen: planten opbinden, jaarlijks zaaien, uitplanten, scheuren …?
Geen nood. Wanneer u een evenwicht vindt tussen plantkeuze, standplaats en uw eigen behoefte en smaak, dan verkrijgt u een onderhoudsarme beplanting die u jaren laat genieten van uw tuin. Met de 9 tips uit dit boekje kunt u meteen aan de slag. Planten kiezen, de voorbereiding en het onderhoud van een aanplant vormen voortaan geen geheimen meer voor u.
Meer informatie bij de tips en over vaste planten vindt u op www.junicompostmaand.be
Tip 1: Ga voor bodembedekkers
Bodembedekkers zijn vaste planten die laag over de bodem groeien en hem na enige tijd volledig bedekken. Ze vragen minder onderhoud en leveren ook minder tuinresten op dan een gazon. Delen van de tuin waar u niet over loopt maar die u toch open wenst te houden, kunt u eenvoudigweg omvormen tot vlakken met mooie bodembedekkers.
Tip 2: Kies vaste planten in functie van de standplaats
Vaste planten bestaan in vele hoogtes, bladvormen, bloeitijden en kleuren. U kunt ze eindeloos combineren naar eigen smaak.
Kies voor soorten die passen bij het type (zand, leem, klei) en bij de vochtigheid van de bodem en die het goed doen op dat specifieke plekje (zon, halfschaduw, schaduw) in uw tuin.
Tip 3: Respecteer de groeikracht
Vaste planten hebben bij aankoop vaak amper loof. De plantenkweker biedt immers vooral een gezonde wortel aan met enkele krachtige groeipunten. In het voorjaar verschijnen de frisse bladeren en bloemstengels die soms uitbundig kunnen groeien..
Laat u niet verrassen door de afmetingen die de plant soms pas na een paar jaar aanneemt. Lees daarom de informatie op het plantenlabel of ga te rade bij uw plaatselijk tuincentrum, in een boek of op internet. Leer inschatten hoe groot de plant mag worden die u op een bepaalde plek wilt zetten en respecteer de opgegeven plantafstand.
Tip 4: Verbeter de bodem met compost
Ook voor vaste planten is de bodem de ‘grond’ van de zaak. Verlies daarom de bodemvoorbereiding niet uit het oog en gebruik compost. Maak de grond een spade diep los en verwijder wortelonkruiden.
Compost verbetert de structuur van de bodem, stimuleert het bodemleven en houdt als een spons het vocht vast. Een dosis compost van 20 liter/m² (= 2 cm) inwerken, is prima als startbemesting.
Een overzicht van compostproducenten vindt u op www.vlaco.be
Tip 5: Plant met succes
Aanplanten doet u best tussen september en april behalve bij vorst of op al te natte grond.
Laat de potjes voor het planten gedurende tien minuten water opnemen.
Is de grond erg droog, vul de plantputjes dan een tweetal keer met water.
De plantdiepte is gelijk aan deze van de pot. De bovenkant van de kluit komt dus gelijk met het bodemoppervlak.
Druk de grond goed aan met de hand en geef in het begin voldoende water.
Tip 6: Geef onkruid geen kans
Onkruid neemt spontaan de vrije ruimte tussen een jonge aanplant van bodembedekkers en andere vaste planten in.
Met enkele eenvoudige maatregelen kunt u dit voorkomen.
Verwijder bij het voorbereiden van de bodem systematisch de onkruidwortels.
Breng na aanplant een bodembedekking aan van houtsnippers, herfstbladeren of een dun laagje gazonmaaisel (max. 3 cm) om het kiemen van de onkruidenzaden af te remmen.
Verwijder tijdig de onkruidplantjes die zich toch nog ontwikkelen.
Naarmate de vaste planten verder uitgroeien, belemmeren hun bladeren de onkruidgroei en moet u nog slechts een paar keer per jaar controleren.
Tip 7: Laat afgestorven bladeren ter plaatse liggen ...
De bladeren en andere resten die de vaste planten doorheen het jaar op de grond laten vallen, hoeft u niet (meteen) op te ruimen. U kunt ze gewoon laten waar ze zijn. In de zomer remmen ze het uitdrogen van de bodem en de ontwikkeling van onkruid. ‘s Winters beschermen ze de planten(wortels) tegen vorst, ijzige wind en striemende regen. Wanneer ze tenslotte volledig verteerd zijn, geven ze hun voedsel terug aan de plant.
Tip8:… en laat dorre stengels rustig staan.
Verander uw tuin in de herfst niet in een kale vlakte maar laat de afstervende, bovengrondse vaste plantendelen gewoon staan. Nuttige insecten maken van de holle stengels graag gebruik als schuil- of nestplaats. Vogels pikken er de zaden, bessen en… insecten uit. En wat is er in de winter mooier dan een witberijmde plantenstengel?
Tip 9: Composteer!
Breng de onverteerde bladeren en de stengels die u toch verwijdert, via compostvat of -bak terug in de kringloop. Zacht bladmoes, maar ook keukenresten en grasmaaisel, verteren het snelst als u het vermengt met ‘bruin’ structuurmateriaal. Droge (versnipperde) plantenstengels, stevige bladstelen en dorre bladeren zijn daarvoor prima geschikt. Hoe diverser uw tuin en hoe meer verschillende tuinresten u combineert, des te beter composteerbaar uw mix van tuinresten zal zijn, en des te evenwichtiger uw compost.
Meer nuttige tips en handige informatie op:
www.junicompostmaand.be.
Hoe kan men slakken uitschakelen ?
De laatste 2 à 3 jaar worden velen geconfronteerd met een echte slakkenplaag in hun tuin. In sommige tuinen is het probleem zo erg, dat mensen het soms opgeven om nog iets aan te planten, laat staan om nog eigen groenten te telen.
In geval van 'lichte' schade kunnen klassieke hulpmiddelen nog enig soelaas bieden: uitstrooien van lavagruis rond gevoelige (zeg maar malse) plantjes, het plaatsen van biervallen, het aantrekken van natuurlijke vijanden (egels, padden, vogels,...), het nachtelijk verzamelen van slakken,...
Bij een zwaardere plaag blijken deze ingrepen vaak geen voldoende oplossing te bieden. Chemische slakkenkorrels zijn natuurlijk uit den boze (grondverontreiniging, vaak dodelijke vergiftiging van vogels en egels).
Gelukkig kan de natuur ons een handje toesteken. Sedert enkele jaren bieden wij de natuurlijke parasieten van slakken aan. Het zijn microscopisch kleine wormpjes ('aaltjes') die de slakken in de grond gaan parasiteren, wat hun dood veroorzaakt. Deze aaltjes zijn volkomen onschadelijk voor mens en (huis-)dier en hebben geen enkel negatief effect op de bodem of de planten. Ze worden opgelost in water en met de gieter aangebracht. Heel eenvoudig en doeltreffend!
Voor meer informaties en om te bestellen: www.ecoflora.be
> Tips & Links
Tuintips voor grondsoorten.
Tuintips voor grondsoorten
Kleigrond is voedzaam en houdt de vocht goed vast (belangrijk bij een droge zomer).
Veel planten doen het goed op kleigrond zoals: rozen, hortensia's, buxus, clematis,....
Om de kleigrond, en ook leemgrond, beter bewerkbaar te maken is het verstandig deze een wat opener structuur te geven door het toevoegen van losse aarde, bladresten (humus), compost of verteerde stalmest.
Een heel eenvoudige en doeltreffende methode wil ik hier aanbevelen. Bedek elk najaar de tuinborders met een dikke laag afgevallen blad. Het bodemleven wordt hierdoor gestimuleerd en het humusgehalte van de grond stijgt. Bovendien geeft deze ‘deken' een prima winterbescherming en krijgt het onkruid geen kans om tot ontwikkeling te komen. In het voorjaar werk je het verteerde blad door de grond. Zo ontstaat als vanzelf een gemakkelijk te bewerken bodemstructuur. Soms is het toevoegen van grof zand een optie om de grond te verschralen en de waterdoorlaatbaarheid te bevorderen.
Ongeschikt voor kleigrond zijn de planten en heesters die van zure grond (pH<6) houden. Dit zijn voornamelijk planten die het goed doen op bosgrond. Deze grond heeft een zeer hoog humusgehalte. Dit is te herkennen aan de donkerbruine kleur en de losse structuur. Ook deze grond houdt goed water vast. Planten, heesters en bomen, die van zure grond houden, zijn: dennen, beuken, rhododendrons, azalea's, hosta's en skimmia.
Voor de verzorging en bemesting van tuinplanten is het van belang te weten op welke grondsoort een plant gedijt. De voedingsstoffen moeten aangepast zijn aan de zuurgraad waar de plant behoefte aan heeft. Als u toch tekorten merkt verbetert u de grond door toevoeging van humus, compost of verteerde stalmest, eventueel aangevuld met een geschikte specifieke meststof.
Overigens vragen de meeste tuinplanten een zwak zure tot neutrale grond (pH 6-7). Naast de grondsoort speelt ook de vochtigheid en de hoeveelheid zonlicht een rol in de keuze van de beplanting. Op een natte standplaats in de schaduw kiest u andere planten dan op een droge standplaats in de volle zon. Over het algemeen geldt dat u bij de keuze van de beplanting hier voldoende aandacht aan besteedt. Een plant op de verkeerde plaats tiert niet en zorgt voor teleurstelling. Kijk ook rond in uw omgeving en observeer welke planten er groeien en het goed doen en welke niet.
Kortom: voor een juiste keuze bekijkt u zowel de grondsoort als de licht- en vochtbehoefte van de plant. Als u op deze wijze te werk gaat, zult u volop genieten van de begroeiing in uw tuin.
Hoe uw tuingereedschappen goed onderhouden.
Hoe uw tuingereedschap goed onderhouden.
Om beter te tuinieren is het belangrijk uw tuingereedschap goed te onderhouden.
Waarom:
- Goed onderhouden tuingereedschap gaat langer mee.
- Minder risico op beschading van planten en struiken en een betere groei.
- Minder moeite bij het snoeien.
- Om te vermijden dat ziektes en parasieten van ene plant overgaan op de andere.
Het nodige onderhoudsmateriaal: een harde borstel of een metaalborstel, een vod, alcohol of solvent, een vijl of een slijpschijf, een schuurmiddel, een veiligheidsbril en beschermende handschoenen (bij voorkeur uit leder).
Wat moet je doen:
A) Voor knipgereedshap (snoeischaren, kniptangen, heggenscharen,..)
- Reinig het lemmet met alcohol om ziekten en parasieten te verwijderen. - Slijp het lemmet met een vijl of een slijpschijf en een olie. Hou hierbij rekening met de geslepen kant.
- Draai alle schroeven stevig vast en breng een druppel olie aan.
- Smeer de veren met stevig vet.
B) Voor gereedschap met een steel (spaden, harken, schoppen,...)
- Verwijder roest of droge aarde met een metaalborstel.
- Bewerk de randjes met een vijl om een goed geslepen lemmet te verkrijgen.
- Reinig met water en droog daarna met een vod.
- Breng enkele druppels olie aan voor het opbergen.
Opberging: Berg uw gereedschap op in een droge en goed geventileerd plaats (zeker niet buiten onder de zon of in de regen). En altijd buiten het bereik van kinderen houden.
Opgesteld door
de redactie
van Magische Tuinen
Tuinwerken voor de maand october en november
Enkele nuttige karweitjes voor uw tuin gedurende de maanden oktober en november:
Verwijder gevallen bladeren van het gras, dit voorkomt gele plekken.
Natte bladeren die beginnen te rotten kunnen nogal glibberig zijn.
Gooi al de gezonde bladeren in uw compost of bedek er de vaste tuinplanten mee tegen de bevriezing.
Zorg ervoor dat alle vorstgevoelige planten nu binnen staan: de dahlia's, knolbegonia's, gladiolen,... Laat ze eerst opdrogen vooraleer ze weg te bergen in een vorstvrije en donkere plaats.
Vergeet niet de buitenkraan af te sluiten (zo voorkomt u de bevriezing ervan) en berg al uw tuinmeubels en tuingereedschappen.
Spit uw moestuin nog voor de winter om, dit is goed voor de bodemstructuur.
Bomen en struiken kunnen nu gesnoeid worden, aangeplant of verplant worden.
Bij grotere bomen kunt u eventueel een boompaal gebruiken om de stam aan vast te binden.Op deze wijze kan de boom zich stevig inwortelen en verankeren in de bodem zodat hij stevig vast ligt.
Vaste planten kunnen tot eind oktober (voor de vorst) gesnoeid worden en terug uitgeplant.
Geef de fruitstruiken een snoeibeurt zodra ze kaal zijn.
Dit is ook de ideale periode om de plantborders plantklaar te leggen.
Maak de composthoop leeg en breng een laag van +/- 5 cm rijpe compost aan op de nieuwe border. Spit het daarna om en het resultaat zal volgend jaar opmerkelijk zijn.
Klim- en stamrozen kun je nu al snoeien.
Op de afgevallen bladeren van rozen zitten er vaak schimmelsporen van roest. Als we de bladeren niet verwijderen, zullen deze in de komende lente het vers ontluikende blad onmiddellijk besmetten. Ook de niet afgevallen bladeren pluk je dan ook best met de handen.
Rozen plant je liefst op een zonnige en winderige standplaats.
Waar er voorheen reeds rozen stonden zullen nieuwe planten niet gedijen.
Daarom kun je best de grond uitgraven en vervangen door nieuwe goed uitgekozen grond.
Verspreid wat toegift van kalk op het gazon.
Het is tijd om vroegbloeiende bloembollen te planten, zoals tulpen, krokussen, narcissen, lenteklokjes,...
Deze bloembollen plant je op een diepte die overeenstemt met 2 maal de bolhoogte.
Zorg ervoor dat de bolvoet goed in contact komt met de bodem, zodat deze nog voor de winter nieuwe wortels kan aanmaken.
Wie dichtbij zijn kleine vijver bomen of hoge struiken heeft staan, kan daar best tijdens de bladval een net over plaatsen.
Indien u veel vogels wilt zien in uw tuin tijdens de winter, kunt u voederplaatsen maken of vetbollen ophangen. Zorg ervoor dat de katten niet tot de vogels kunnen komen.
Plaats de vetbollen of voederplaatsen daarom hoog genoeg en verwijder indien nodig de sneeuw die erop licht. Laat hen ook dikwijls niet bevroren water.
Als u een egel in uw tuin heeft, kunt u al uw gesnoeide takken opbergen ergens in een hoek van uw tuin en zo een egelhuis bouwen.
Het volgende artikel: Hoe uw tuingereedschappen goed onderhouden !