Alle seizoenen

Een tuin waar de natuur welkom is  (Deel 2)

Een tuin waar de natuur welkom is (Deel 2)

Elke dag verdwijnen er soorten van het aardoppervlak en worden er andere ernstig bedreigd. Ook in een verstedelijkt  gebied als Brussel staat de biodiversiteit sterk onder druk.Onze tuinen, balkons, terrassen, voorgevels en daken maken echter deel uit van het groene netwerk in de stad: ze kunnen fungeren als onderkomen en tussenschakel voor de fauna en flora en op die manier een belangrijke bijdrage leveren aan de bescherming van de natuur in de stad. Vervolg van onze vorige artikel (punt 1 tot 8).

9) Wat natuurlijk groeit is welkom
Zaadjes die door de wind, vogels of insecten worden meegevoerd, ontkiemen spontaan in onze tuinen als we hen daartoe de kans geven. Het is echter moeilijk om aan het begin van de ontwikkelingscyclus van een jong wild plantje al te zeggen wat het uiteindelijk zal worden. Daarom kunnen we beter het hele groeiproces een kans geven vooraleer we het als onkruid beschouwen en het uittrekken. Misschien heeft de plant wel mooie bloemen … Zo is het ook nutteloos om de natuur te willen tegenwerken door koste wat het kost bepaalde soorten op een bepaalde plaats in de eigen tuin te willen laten groeien.

10) Plant inheemse planten
Zo draagt u bij tot de goede werking van het lokale ecosysteem. Inheemse planten (die in het gewest in het wild groeien) hebben namelijk een nauwe band met de fauna die hen omringt. Insecten voeden er zich mee en trekken op hun beurt vogels of kleine zoogdieren aan. Een grote diversiteit aan inheemse plantensoorten trekt bovendien ook een grote diversiteit aan dierensoorten aan, die elkaar als voedsel gebruiken. Ten slotte zijn wilde planten ook veel beter bestand tegen ziektes en parasieten en hebben ze geen meststoffen nodig.

11) Kies planten met nectar en bessen
Nectarproducerende bloemen trekken bestuivende insecten aan (die stuifmeel vervoeren). Denken we in dit opzicht bijvoorbeeld maar aan de narcis, het slangenkruid, de paardenbloem, de moerasspirea, … Bessendragende planten of struiken (zwartebessenstruik, aalbessenstruik, vlierboom, lijsterbessenboom, …) bezorgen tal van vogels dan weer een overheerlijke feestmaaltijd. Om elk seizoen bloemen te hebben, combineert u ten slotte best vroegbloeiende (bolgewassen, kruisbloemigen) met laatbloeiende planten (peuldragers, …).

12) Vermijd exotische planten
Heel wat inwoners van Brussel houden ervan om vreemde planten te kopen of zelfs van op verre reizen mee naar huis te brengen om deze in hun tuin te planten. Sommige exotische plantensoorten zijn echter erg invasief en hun introductie kan dan ook gepaard gaan met bepaalde risico’s: Zo kunnen ze ons ecosysteem destabiliseren en des te invasiever blijken, omdat ze hier misschien geen natuurlijke vijanden hebben. Daardoor kunnen ze soms een echte bedreiging gaan vormen voor de inheemse biodiversiteit.

13) Informeer naar de giftigheid van bepaalde planten
Er zijn niet meer giftige planten onder de in het wild groeiende planten dan onder deze die we in een tuincentrum kopen. Dat betekent dat we ons best goed informeren en er bijvoorbeeld voor zorgen dat er geen giftige planten naast eetbare planten staan. Uzelf - en vooral uw kinderen - zouden zich namelijk wel eens kunnen vergissen, met alle gevolgen van dien …

14) Geef de voorkeur aan winterharde planten
Terwijl eenjarige jaarplanten elk jaar opnieuw moeten worden vervangen, blijven winterharde planten bestaan en zich verder ontwikkelen. Elk jaar opnieuw komen ze tot bloei zonder dat er we er nieuwe hoeven aan te planten. Enkele van de meest bekende zijn: het lelietje-van-dalen, de geranium, de primula, de veronica, enz.

15) Bekleed uw gevel met groen
Plant klimplanten die zijn aangepast aan ons klimaat. Het volstaat een beetje grond onderaan uw voorgevel vrij te maken door (met instemming van de gemeente en de eigenaar van uw woning als u huurder bent) één of twee straatstenen uit het voetpad te lichten. Voor licht beschadigde muren opteert u best voor ‘ongevaarlijke’ klimplanten (zoals de kamperfoelie of de wilde  ingerd), in plaats van planten met echte hechtwortels (zoals de klimop) die de cementvoegen eventueel nog meer zouden kunnen beschadigen.

16) Verwelkom de natuur op uw balkons
Denk er ook aan bloempotten of bloembakken op uw vensterbanken, terrassen en balkons te plaatsen. Kies hiervoor wel de juiste planten uit in functie van het zonlicht dat ze krijgen. Er zijn trouwens ook planten die perfect in de schaduw gedijen. Opteer voor resistente soorten en verkies winterharde planten die elk jaar opnieuw groeien boven eenjarige planten die u elk jaar opnieuw moet aanplanten. Het resultaat zal niet alleen mooi ogen, maar u zult ook het genot kennen van het tuinieren zonder tuin. Bovendien zult u een aangename omgeving voor vogels en vlinders creëren en in de zomer van een beetje extra frisheid kunnen genieten.

Tekst en Tuintips van Leefmilieu Brussel

Web: www.leefmilieubrussel.be 

Opgesteld door

Leefmilieu Brussel

Een tuin waar de natuur welkom is.   (Deel 1)

Een tuin waar de natuur welkom is. (Deel 1)

Elke dag verdwijnen er soorten van het aardoppervlak en worden er andere ernstig bedreigd. Ook in een verstedelijkt  gebied als Brussel staat de biodiversiteit sterk onder druk.Onze tuinen, balkons, terrassen, voorgevels en daken maken echter deel uit van het groene netwerk in de stad: ze kunnen fungeren als onderkomen en tussenschakel voor de fauna en flora en op die manier een belangrijke bijdrage leveren aan de bescherming van de natuur in de stad.

Laat voldoende ruimte voor de spontane natuur. De natuur haar werk laten doen, wil niet zeggen dat we haar onze tuin in een ‘oerwoud’ moeten laten veranderen. Integendeel: Het geeft ons net de kans om miskende, maar prachtige planten te herontdekken! Bovendien is het perfect mogelijk om een natuurlijk hoekje met een meer aangelegde ruimte te combineren.

1) Verkies planten boven een harde bodembedekking
Kies ervoor om hagen, borders of bloemperken aan te planten bij de inrichting van de directe omgeving van uw huis. Bij sterke regenval laten zij het water toe om de grond in te sijpelen, dit in tegenstelling tot betonnen vloeren of betegelde koeren.

2) Voorzie ook voldoende plaats voor fauna …
Als u liever een meer geordende groene ruimte rond uw huis hebt, zorg er dan voor dat u elders, op een iets achteruit gelegen of minder toegankelijke plaats van uw tuin, een stukje terrein hebt waar u de natuur de vrije loop kunt laten. De brandnetels, braamstruiken en wilde bloemen die er zullen groeien, zullen tal van vlinders en insecten aantrekken. Plant hier, in de mate van het mogelijke, ook een inheemse haagsoort (meidoorn, haagbeuk, ...) aan. Een hoopje dode bladeren, een strolaag, enkele houtblokken of een boomstronk vormen een ideaal onderkomen voor egels, roodborstjes, paddenstoelen, mossen en insecten die de vorming van humus zullen bevorderen.

3) … of zorg voor een kunstmatig onderkomen
Een gat in de muur, de holle stam van een oude boom of een eenvoudig hoekkastje: meer hebben vleermuizen en vogels die gewend zijn aan de aanwezigheid van mensen (mussen, mezen, enz.) niet nodig om zich thuis te voelen. Maar natuurlijke holtes zijn soms moeilijk te vinden. In dat geval houdt niets u tegen om nestkastjes te bouwen en ze op ten minste 2m50 van de grond op te hangen (op een veilige afstand van natuurlijke vijanden). Zodra uw gasten deze onderkomens in gebruik hebben genomen, mag u ze natuurlijk ook niet storen …

4) Bewaar of herstel natuurlijke woningen
Bosjes, struiken en hagen staan voor tal van dieren synoniem voor nectar, fruit, graantjes en een onderkomen. Geef daarom de voorkeur aan een mengeling van inheemse soorten die van kleur veranderen in functie van de seizoenen. Die ogen niet alleen mooi, maar ook de dieren zullen u dankbaar zijn. Geef daarbij wel de voorkeur aan variëteiten van bij ons, zoals hazelaar, meidoorn, haagbeuk of kleine esdoorn.

5) Verander een deel van uw grasperk in een bebloemd stukje weiland
Als de oppervlakte van uw tuin het toelaat en als uw tuin ook voldoende zonlicht krijgt, kunt u hier een stukje ‘ongerept’ weiland creëren, waar inheemse bloemen en planten spontaan groeien. Dergelijke ruimte vraagt niet alleen minder onderhoud, maar de esthetiek ervan past ook perfect bij een stedelijke omgeving. Hoe schraler het terrein, hoe groter het aantal soorten zal zijn dat u er zult zien bloeien. Koop ook geen zaadmengelingen voor kant-en-klaar weiland, want deze zijn maar zelden aangepast aan het terrein. U moet vooral geduld hebben. Jaar na jaar zal de diversiteit immers toenemen, op voorwaarde dat u een constant maairitme handhaaft. Met twee maaibeurten per jaar (juni en september) gunt u de planten van dit bebloemd stukje weiland voldoende tijd om zaadjes en vruchten te produceren en tal van vlinders en andere honing verzamelende insecten aan te trekken.

6) Zorg voor een stapeltje stenen
In een hoekje van de tuin kan een muurtje of een stapeltje stenen zorgen voor een minibiotoop (plaats waar bepaalde planten en dieren gedijen). Het is hier dat bepaalde dieren, zoals padden, spitsmuizen en insecten een onderkomen zullen vinden. Bovendien zullen er hier ook geleidelijk aan mossen, varens en andere kleine planten (vetkruid) beginnen groeien.

7) Voeder de vogels bij grote koude
In onze gematigde streken vinden vogels meestal wel voldoende gevarieerde voeding in onze parken en tuinen. Tijdens strenge winters zullen ze echter maar al te blij zijn wat graantjes en gedroogd fruit te vinden in een voederbakje met dak. Zo vermijdt u dat het voer nat en rot wordt. Vergeet ook geen water te voorzien (zowel in de zomer als de winter) in een ondiep bakje: ververs dit water regelmatig wanneer het vriest. Zorg er ten slotte ook voor dat katten er niet bij kunnen.

8) Leg een natuurlijke vijver aan
Als u de ruimte hebt en uw tuin krijgt voldoende zonlicht, dan kunt u ook een natuurlijke vijver aanleggen, uit de buurt van grote bomen. Een dergelijke vijver zal zowel waterjuffers als andere insecten aantrekken. Misschien zelfs amfibieën, als er voldoende zonlicht op valt, omringd wordt door zacht hellende oevers, aangeplant werd met moerasplanten en er geen vissen,  schildpadden of eenden in de buurt zijn. Verder moet uw vijver op een bepaalde plaats ook minstens 1 meter diep zijn.Introduceer er in elk geval geen enkel dier (ze zullen er wel spontaan op afkomen), maar wel een klein aantal inheemse waterplanten en planten die van een vochtige omgeving houden. Houd ten slotte ook een eventuele wildgroei van algen onder controle.
 
Tekst en tuintips van Leefmilieu Brussel 
 

Web: www.leefmilieubrussel.be  

Opgesteld door

Leefmilieu Brussel


Een gezonde tuin zonder pesticiden (Deel 2)

Een gezonde tuin zonder pesticiden (Deel 2)

Vervolg van onze eerste artikel over hoe een gezonde tuin hebben zonder pesticiden. Zo hebben wij gezien dat het nuttig is: uw aanplanting te divisifieren, bodembedekkers te planten, niet systematisch op zoek te gaan naar onkruid, ongewenste vegetatie met de hand uit te trekken, uw bodem proper te maken enkel als het nuttig is en snoeien indien nodig.

Lees de volgende punten (van 7 tot 12) om verder te gaan en volg enkele nuttige recepten voor uw tuin.

7) Elimineer niet systematisch ‘lastige’ insecten
Veel insecten en spinnen storen u misschien, maar ze maken wel deel uit van de biodiversiteit van de omgeving, spelen een rol in het bestuivingsproces en dienen als voedsel voor de vogels. Bovendien steken de meeste spinnen niet, net zomin als tal van insecten, zoals darren, mannelijke bijen, zweefvliegen, kevers, waterjuffers, vlinders, enz.

8) Plaats vallen of hindernissen tegen vliegen en naaktslakken
Tegen naaktslakken kunt u met water gevulde dakgoten of in twee helften geknipte plastic flessen gebruiken. Wat u ook kunt doen, is planken of schillen van citrusvruchten op de grond leggen: naaktslakken kruipen er op en zo kunt u ze dan gemakkelijk verwijderen. Tegen vliegen kunt u dan weer speciale netten gebruiken (fijnmazig om te vermijden dat vogels erin verstrikt raken) die doeltreffend uw wortelen en kolen kunnen beschermen.

9) Stel uw tuin open voor insecteneters
• Mezen, grasmussen, spechten, roodborstjes en tal van andere vogels zijn erg doeltreffende insecteneters. Ze zullen door uw tuin worden aangetrokken indien ze daar een variëteit aan bomen en struiken of, voor sommige, nestkastjes vinden.
• Kikkers, padden, watersalamanders, … verlossen u van wormen, vliegen en kleine naaktslakken in vochtigere zones. Zij  geven de voorkeur aan een natuurlijke vijver en verschuilen zich graag onder een stapel hout of stenen.
• In bepaalde groene wijken met weinig verkeer, kunnen ook egels worden aangetroffen. Zij voeden zich met een aanzienlijke hoeveelheid naakt- en huisjesslakken en verkiezen een onderkomenonder een stapel takken of dode bladeren.
• Ook vleermuizen jagen in de zomer op insecten en soms op spinnen. Ook deze diertjes kunt u een onderkomen bezorgen. Hierover is een speciale brochure verkrijgbaar bij Leefmilieu Brussel – BIM: 02/775 75 75

10) Reken op de insecten die op parasieten jagen
• Lieveheersbeestjes en hun larven zijn verlekkerd op blad- en schildluizen.
• Zweefvliegen zijn grote bestuivers en hun larven houden van bladluizen en andere parasieten. Om ze naar uw tuin te lokken, zijn er verschillende soorten van onderkomens mogelijk, bijvoorbeeld een blok hout met gaten.
• Oorwurmen eten graag larven, insecteneitjes, bladluizen en kleine rode spinnen.

11) Gebruik specifieke planten tegen ongewenste gasten
Sommige planten, die vaak een sterke geur afgeven, houden bepaalde ‘plagen’ op een afstand of, omgekeerd, trekken ze net aan en leiden daarmee hun aandacht af van andere planten. ieronder enkele voorbeelden van zulke ‘nuttige’ aanplantingen.

12) Gebruik ‘huisbereide’ middeltjes op basis van planten
Als de wildgroei van ongewenste parasieten of insecten echt een probleem wordt, zijn er ook bepaalde ‘huisbereide’ middeltjes die u kunt gebruiken: bijvoorbeeld aftreksels van planten (brandnetel, paardenstaart, boerenwormkruid, enz.) die niet schadelijk zijn voor het milieu.

 

Enkele recepten
Naaktslakken : dompel 500 gram verse rabarberbladeren in 5 liter kokend water onder. Breng het geheel opnieuw aan de kook en doof het vuur. Laat alles minstens 24 uur lang weken en verstuif de onverdunde vloeistof.
Bladluizen : laat 1 kg brandnetels 3 dagen lang in 10 liter regenwater weken. Verdun de verkregen gier met 10 liter regenwater en verstuif of giet het mengsel vervolgens over uw door bladluizen aangetaste planten.
Ongedierte en paddenstoelen (oïdium, valse meeldouw, honingzwam): laat 300 gram verse boerenwormkruidbladeren 5 à 6 dagen lang in 10 liter regenwater weken. Filter de verkregen gier en verdun deze in 2 liter water. Verstuif dit over uw planten. Een ander recept: laat 24 uur lang 100 gram paardenstaart in 3 liter water weken. Laat het aftreksel 20 minuten lang koken. Laat het vervolgens afkoelen en verstuif het over uw  planten.

Tekst en tuintips van Leefmilieu Brussel

 

Opgesteld door

Leefmilieu Brussel

Web: www.leefmilieubrussel.be

Een gezonde tuin zonder pesticiden  (Deel 1)

Een gezonde tuin zonder pesticiden (Deel 1)

Om de eigen aanplantingen en moestuin te beschermen, grijpt de tuinier maar al te snel naar pesticiden (herbiciden, fungiciden, insecticiden, rattenvergif, enz.). Hun gebruik heeft echter zware gevolgen voor het milieu. Zo verarmen ze niet alleen de biologische diversiteit, maar zijn ze ook gevaarlijk voor de gebruikers zelf. Nochtans bestaan er tal van natuurlijke alternatieven.

Punt 1 tot 6

1/ Diversifieer uw aanplantingen
U kunt het risico op ziektes verminderen door voor een grote diversiteit aan soorten en variëteiten te zorgen, bijvoorbeeld door verschillende wilde planten de kans te geven om te groeien. Ze zullen immers niet allemaal door dezelfde parasiet worden aangetast. Bovendien vergemakkelijkt u op die manier ook de komst van natuurlijke vijanden die de wildgroei van de parasiet kunnen indijken of deze zelfs helemaal elimineren.

2/ Plant bodembedekkers
Om de ontwikkeling van onkruid te vermijden, kunt u bodembedekkers planten. Zo zorgt de kleine maagdenpalm bijvoorbeeld voor een dik groen en blauw tapijt. Ook bepaalde geraniums garanderen een goede bodembedekking.

3/ Ga niet systematisch op zoek naar ‘onkruid’
Verwijder niet steeds het minste onkruid dat opduikt: dat is toch hopeloos. Trouwens, ook onkruid heeft zijn nut, zelfs al beantwoorden sommige soorten niet aan de esthetische smaak van de tuinier. Als u de groei van onkruid in uw moestuin of mooi aangelegd bloemperk dan toch wilt beperken, laat het dan in andere delen van uw tuin groeien. Sommige soorten zijn zelfs eetbaar. Zo zijn in de lente paardenbloemen bijvoorbeeld overheerlijk in salades.

4/ Trek ongewenste vegetatie met de hand uit
Voor kleine bloemperken, voetpaden of moestuinen, kunt u onkruid het best met de hand, met behulp van een schoffel, erwijderen.

5/ Maak enkel de bodem proper wanneer dat nuttig is
Wanneer uw planten gezond zijn, is het raadzaam om het groenafval dat de bodem op een natuurlijke manier verrijkt, te laten liggen. Hebt u echter te kampen met parasieten, dan kunt u bepaalde infecties helpen te beperken door het aangetaste groenafval regelmatig onderaan de zieke bomen en struiken te verwijderen.

6/ Snoei indien dat nodig is
Wanneer een plant is aangetast, probeer dan eerst de insecten manueel te verwijderen. Knip in de herfst de delen die door bladluizen zijn ingenomen af, zodat u het aantal eitjes weet te beperken dat op de jonge takken zou overwinteren. Knip ook de delen van een plant weg die door schimmels en andere paddenstoelen zijn aangetast. Om een verdere verspreiding van deze besmetting in uw tuin te vermijden, mag u deze weggeknipte stukken niet composteren.

Tekst en tuintips van Leefmilieu Brussel

Opgesteld door

Leefmilieu Brussel

Web: www.leefmilieubrussel.be

Een mooie tuin zonder chemische meststoffen  (Deel 2)

Een mooie tuin zonder chemische meststoffen (Deel 2)

Vervolg van het artikel van Leefmilieu Brussel over een mooie tuin zonder chemische meststoffen. Volg een aantal eenvoudige regels.

Hoe ?  (Stap van 6 tot 10)

6/ Werk uw bodem om
Om uw bodem goed voor te bereiden op toekomstige aanplantingen, moet u de grond eerst omwerken. Op die manier kunt u de aarde goed met compost vermengen en ook gemakkelijker alle onkruid verwijderen. Bovendien helpt het u om een heleboel onnodige chemische tussenkomsten te vermijden die een negatieve impact hebben op het milieu. Met het omwerken van uw bodem bedoelen we daarbij in feite het ‘bewerken’ ervan, zonder de grond in de diepte om te spitten. Gebruik hiervoor een woelvork (of grelinette), waarmee u de bodem kunt verluchten zonder deze helemaal om te spitten want dat is nefast voor zijn biologische werking.

7/ Koop geen tuinaarde met turf
De moerasachtige omgevingen waarin de turf wordt ontgonnen om als meststof te worden gebruikt, hebben sterk te lijden onder deze activiteit. Bovendien vormt turf zich maar erg langzaam door fermentatie: ongeveer 1 mm per jaar. We kunnen turf dan ook moeilijk beschouwen als een hernieuwbare bron. Controleer daarom op de verpakking van de tuinaarde die u koopt, of deze geen turf bevat (sommige van deze turfvrije producten verkregen daarom trouwens het Europese ecolabel).

8/ Gebruik nooit chemische meststoffen
Sommige chemische meststoffen bevatten zware metalen, zoals lood, kwik of cadmium. Als ze door planten worden opgenomen, kunnen ze de hele voedselketen aantasten. Bovendien wordt er voor de industriële productie van chemische meststoffen enorm veel niet-hernieuwbare energie verbruikt. Wantrouw in het bijzonder de zogenaamde ‘wonderproducten’ die een spectaculaire groei beloven: ze putten de planten doorgaans uit of maken ze kwetsbaarder, waardoor hun levensduur verkort.

9/ Opteer voor het gebruik van groenbemesters
Net zoals de beste natuurlijke meststof de ‘thuiscompost’ is, is het ook interessant om planten in uw tuin te telen die de kwaliteit en vruchtbaarheid van uw bodem verbeteren. Zulke planten worden ‘groenbemesters’ genoemd, omdat ze in staat zijn de stikstof uit de lucht vast te houden, de nitraten uit de grond te absorberen, humus te produceren en onkruid te verstikken. Klaver, erwt, mosterd en koolzaad zijn enkele voorbeelden van dergelijke planten.

10/ Houd de ontwikkeling van mossen onder controle
In bepaalde delen van onze tuin kunnen mossen decoratief zijn. Bovendien zijn ze ook erg nuttig. Zo gebruiken heel wat  ogelsoorten van bij ons mos om hun nesten mee te bouwen. Als u echter graag mosvrij gras in uw tuin wilt, gebruik dan geen moswerend product. Bestrooi het oppervlak in kwestie dan liever met compost, bewerk de grond met een verticuteermachine en maai het gras niet al te kort.

Tips en tekst van Leefmilieu Brussel

Opgesteld door

Leefmilieu Brussel

Web: www.leefmilieubrussel.be

Een mooie tuin zonder chemische meststoffen (Deel 1)

Een mooie tuin zonder chemische meststoffen (Deel 1)

We willen altijd alles wat we planten snel en goed zien groeien. Om er zeker van te zijn dat het resultaat aan onze verwachtingen zal voldoen en om het hele groeiproces te versnellen, doen we maar al te vaak beroep op vrij in de handel verkrijgbare meststoffen. Het gebruik van meststoffen (vooral chemische) kan echter schadelijk zijn voor het milieu en voor onze gezondheid.Vaak zijn ze trouwens niet nodig, op voorwaarde dat we een aantal eenvoudige regels in acht nemen en we leren genieten van de manier waarop de natuur zelf te werk gaat.

Hoe ? (Stap van 1 tot 5)

1/ Kijk hoe de natuur werkt
Door de natuurlijke vegetatie op bepaalde plaatsen in uw tuin te laten groeien en te zien hoe deze zich ontwikkelt, ontdekt u wat uw bodem zoal voortbrengt zonder enige hulp van buitenaf. De verschillende planten die samen spontaan in een tuin beginnen te groeien, kunnen bovendien een duidelijke indicatie vormen voor de samenstelling van de bodem in uw tuin. In Brussel is de oorspronkelijke bodemsamenstelling voornamelijk zandig-lemig en zandig-kleiig maar op de meeste plaatsen werd de bodem omgewerkt, bebouwd, uitgebaat, wat maakt dat het dus best mogelijk is dat we al deze elementen in één enkele tuin aantreffen.

2/ Kies de juiste planten
U houdt wel van wilde planten, maar u wilt uw tuin toch een persoonlijke toets geven? Dat is heel normaal, dat is nu net één van de dingen dat tuinieren zo leuk maakt. Kijk eens in gespecialiseerde werken of ga te rade bij een boomkweker om die soorten en varianten te vinden die het beste aan de specifieke omstandigheden in uw tuin zijn aangepast. Zo zal vingerhoedskruid bijvoorbeeld goed groeien in een eerder zure bodem, terwijl u in een kalkachtige bodem dan weer beter lavendel en meidoorn kunt planten.

3/ Schenk uw vertrouwen aan lokale planten
Als een plant wegkwijnt, dan is dat waarschijnlijk omdat de plant in kwestie niet in uw bodem kan gedijen. De samenstelling van de grond wijzigen, is zeker geen duurzame oplossing. U kiest beter voor een andere plantensoort, die er beter kan groeien. Het is dan ook beter om, over het algemeen, lokale soorten boven exotische planten te verkiezen. Aangezien ze goed zijn aangepast aan ons klimaat en aan de dieren die hier voorkomen, hebben deze plaatselijke variëteiten ook geen extra meststoffen nodig als ze in een normaal vruchtbare bodem worden aangeplant en voldoende zonlicht krijgen. Ze zijn goed bestand tegen de beperkingen van hun natuurlijke omgeving, en het enige wat de tuinier dus in feite nog hoeft te doen is, waar nodig, de groei ervan beperken.

4/ Voed uw bodem met organische stoffen
De beste manier om uw bodem te bemesten, is er compost over uit te spreiden. Dit bemesten moet zich wel beperken tot de periode waarin fruitbomen worden aangeplant (december, januari en februari) en tot de bodem van uw moestuin. Daarbij kunt u de compost rond de voet van de boom verspreiden of deze samen met de teelaarde in het aanplantingsgat vermengen. U kunt trouwens gemakkelijk zelf uw eigen compost maken op basis van uw keuken- en tuinafval

5/ Laat de natuur haar werk doen
Soms vergeten we het, maar de natuur zit in feite heel goed in elkaar! Grasmaaisel, dode bladeren, naalden, stro, schors, uitwerpselen van dieren: het vergaat allemaal. Deze processen bevorderen het werk van micro-organismen en zorgen voor een natuurlijke verrijking van uw bodem. Maar, nog al te vaak verwijderen we al deze dingen uit onze tuin … Ga dus niet systematisch op jacht naar deze spontane meststoffen. Deze afvalstoffen beschermen trouwens ook uw bodem tegen erosie en vorst in de winter.

Tips en tekst van Leefmilieu Brussel

Opgesteld door

Leefmilieu Brussel

Web: www.leefmilieubrussel.be

Breng kruipplanten en potazalea's nu naar binnen

Breng kruipplanten en potazalea's nu naar binnen

 

De nachten worden koud. Voor fuchsia's, pelargoniums, engelentrompetten, bougainvillea’s en vele andere niet-winterharde kuipplanten wordt het nu echt te koud. Zij moeten naar binnen. Breng ze in een onverwarmde ruimte waar veel licht naar binnen valt en waar je de planten kunt luchten. Geef ze niet te veel water en zeker geen voeding. Geniet van hun laatste bloemen en laat ze rustig de herfst ingaan. Olijfbomen, laurierboompjes en oleanders kunnen wat beter tegen de koude. Wacht nog een maand voor je ook deze kuipplanten naar binnen brengt. Grote kuipplanten kunnen voor transportmoeilijkheden zorgen. Vooral als die planten ook vervaarlijke stekels hebben. Agaven kunnen bij het transporteren lelijke wonden veroorzaken. Steek op elke bladstekel een kurken stop. Dat beperkt in grote mate het gevaar op verwondingen.


Ook kamerazalea’s die buiten op een plekje in de schaduw ‘overzomerd’ hebben worden met het oog op de winter¬bloei uit de tuin gehaald. Breng ze naar een licht en zo koel moge¬lijk, maar vorstvrij, vertrek. Een logeerkamer of een koele veranda is het meest geschikt. Hou ze vooral in de zon en geef ze voldoende water. Met een beetje geluk bloeien ze dan weer even fraai als vorig jaar.

Ivo Pauwels

Webwww.ivopauwels.be

Opgesteld door

Ivo Pauwels


"Auteur en tuinman Ivo Pauwels schreef ca. 65  boeken, werkt voor verschillende tijdschriften in binnen- en buitenland, beantwoordt tuinvragen in het Radio2-programma De Madammen en is hoofdredacteur van het VTM programma Groene Vingers."

Plant nu een vrolijk lenteterras

Plant nu een vrolijk lenteterras

 

Narcissen, tulpen, sneeuwklokjes, voorjaarsbloeiende krokussen en blauwe druifjes willen ook in potten groeien en bloeien. Wanneer je ze nu plant, fleuren ze in de lente terrassen en balkons op, zelfs bij wie geen tuin bezit.

Zo ga je te werk:
1. Pot de bollen en knollen vóór 1 november. Neem potten met wanden die niet te schuin weglopen. Anders zouden de buitenste bollen te weinig grond hebben.
2. Zorg ervoor dat het overtollig giet- of regenwater vlot kan weglopen. Een laag grind, gepofte kleikorrels of potscherven onderin de pot houdt de zaak luchtig.
3. Gebruik gewone potgrond, die nog nooit eerder voor bloem¬bollen werd gebruikt.
4. In potten en bakken zijn bollen en knollen gevoeliger voor vorst dan in volle grond. Zet de potten bij strenge vorst op een beschutte plek, waar je ze met wat stro of een rietmatje afdekt.


5. Zet de potten nooit te warm. Niet in een kas of een schuur¬tje, want dan lopen ze te vroeg uit en zijn ze extra gevoelig voor strenge vorst.
6. Geef ze af en toe water, afhankelijk van het weer. Vooral wanneer ze op een overdekt balkon staan, zul je vaak moeten gieten.
7. Kies bolgewassen uit met korte stevige stengels. Ze zijn minder gevoelig voor wind.
8. Na de bloei kun je de bollen en knollen weggooien of in de tuin uitplanten

 

Ivo Pauwels

Web:  www.ivopauwels.be

Opgesteld door

Ivo Pauwels

"Auteur en tuinman Ivo Pauwels schreef ca. 65  boeken, werkt voor verschillende tijdschriften in binnen- en buitenland, beantwoordt tuinvragen in het Radio2-programma De Madammen en is hoofdredacteur van het VTM programma Groene Vingers."

Keuze en planttips voor uw clematissen

Keuze en planttips voor uw clematissen

Hoe uw clematis planten:

Beste planttijd:
De meeste clematissen worden in pot aangeboden en kunnen het hele jaar aangeplant worden. De beste periode om dit te doen is van september tot einde mei. Indien u aanplant in het voorjaar of de zomer moet u ervoor zorgen dat u voldoende water geeft, daar uw plant in een warme zomer kan uitdrogen en afsterven. Indien u aanplant in het najaar kiemt uw plant nog door de warme grond en heeft zo minder last van droogte het volgende jaar.

 

Aankoop van clematis:
U kiest best voor een clematis in een 2 liter pot daar het wortelgestel hiervan beter ontwikkeld is en zo een grotere buffer vormt om de eerste dagen niet uit te drogen. Ze hebben ook meerdere stengels. Planten in kleine potjes hebben minder wortels, geven minder stengels en hebben hierdoor bijna geen kans op slagen. Indien uw pas aangekochte plant volop in bloem staat, kiest u er best voor hem terug te snoeien. Zo zal de bloei uw plant niet uitputten en kan hij zich volop concentreren op het ontwikkelen van zijn wortelgestel en groei. Deze snoei helpt tevens bij het mooi vertakken waardoor de bloei het jaar nadien veel uitbundiger zal zijn !


Aanplanten in volle grond:
Goed begonnen is half gewonnen. Daarom is een zorgvuldige voorbereiding uiterst belangrijk. De plaats van het plantgat is van groot belang om ervoor te zorgen dat er voldoende regenwater aan de voet kan komen en zo de kluit niet snel uitdroogt. Omdat de grond - die zich dicht tegen een muur of onder een boom bevindt - zeer droog is en weinig regenwater krijgt, graaf je best het plantgat ongeveer 40 cm. ervandaan. Maak nu een plantgat van 40 cm.diep en 40 cm.breed. De helft van de aarde doen we weg en gebruiken we niet. Met de andere helft maken we een mengeling van humus, een goede potgrond en een handvol gedroogde koemest of meststof speciaal voor clematissen. Dit om ervoor te zorgen dat we een rijke en luchtige grond hebben. Nu kan het aanplanten beginnen. Alvorens dit te doen dompelen we de plant gedurende 10 minuten onder in een emmer water om ervoor te zorgen dat hij gedurende de eerste dagen zeker niet zal uitdrogen. Afhankelijk van welke variëteit u gekocht heeft dient u de plant dieper of juist gelijk met de aarde van de pot aan te planten. Indien uw plant een variëteit is uit de groep montana, alpina, macropetala, armandii of heracleifolia, behoudt u de diepte zoals hij in de pot stond. Indien hij uit de andere groepen komt ( viticella, diversifolia, texensis, tangutica, orientalis, integrifolia) dan moet u uw plant 15 cm. dieper planten, m.a.w. 15 cm. van het groen moet mee onder de grond. Dit om ervoor te zorgen dat er zich in het volgend voorjaar nieuwe grondscheuten vormen. Richt bij het planten uw clematis schuin in de richting van een steun die hij nodig heeft om zich aan vast te hechten. Maak nu het plantgat dicht en druk lichtjes aan met de hand. . Om de wortel van de plant te beschermen tegen uitdroging kan een bodembedekkend plantje aan de voet geplant worden. Vergeet niet gedurende het eerste jaar voldoende water te geven (normaal 2 keer per week een flinke scheut). Als het echt begint te zomeren met warme temperaturen geeft u best uw clematis elke dag water. Droogte is één van de grootste vijanden van elke clematis.


Aanplanten in pot:
Kies best voor een niet-vorstgevoelige aarden pot die minimaal 50 cm. diameter en 50 cm. diepte heeft met een gat in de bodem voor voldoende drainage. Zoniet zal uw plant niet voldoende ruimte hebben om zijn wortelstructuur te kunnen ontwikkelen met uitdroging en sterfte tot gevolg. Alvorens de pot te vullen met potgrond plaatst u best enkele keien onderin de pot om ervoor te zorgen dat het overtollige water weg kan vloeien. Gebruik uitsluitend kwalitatieve potgrond. Indien uw plant een variëteit is uit de groep montana, alpina, macropetala, armandii of heracleifolia, behoud u de diepte zoals hij in pot stond. Indien hij uit de andere groepen komt ( viticella, diversifolia, texensis, tangutica, orientalis, integrifolia) dan moet u uw plant 15 cm. dieper planten, m.a.w. 15 cm. van het groen moet mee onder de grond gestoken worden. Om het water geven te vergemakkelijken vult u de pot niet helemaal tot aan de rand. Om hem te beschermen tegen uitdroging kan u er een eenjarig plantje bijplanten of eventueel de bovenlaag afdekken met een laagje fijne boomschors. Vergeet niet regelmatig bij te gieten. In de winter plaatst u de plant, indien mogelijk, tegen het huis. Zo voorkomt u wegrotting van het wortelgestel door overvloedige neerslag. Mocht het in de winter zeer hard en lang beginnen vriezen (>-15° C) kan u de pot omwikkelen met stro om vorstschade te voorkomen.


Aanplanten van meerdere planten naast elkaar:
Wanneer u kiest om meerdere clematissen op éénzelfde plaats te planten laat u best 40 cm. tussen de twee wortelkluiten. Dit om ervoor te zorgen dat de beide planten voldoende wortelruimte hebben om te kunnen ontwikkelen.


Steun om clematis te laten klimmen:
Clematis hecht zich niet zelf aan baksteen of beton zoals bijvoorbeeld wilde wingerd wel doet. Je hebt een steun nodig om je clematis tegen te laten groeien waar hij zich kan omwinden. Dit kan je doen door bijvoorbeeld elke 40 cm. draden te spannen. Je kiest best voor een geplastificeerde draad zodat je plant niet gekwetst wordt (een gekwetste plant is vatbaarder voor ziekten). Je kan ook kiezen voor een breed mazige geplastificeerde draad die meestal gebruikt wordt om tuinen af te spannen. Deze zijn meestal te koop op rollen van enkele meters. Zorg dat er voldoende ruimte is tussen de draad en de muur (2 cm.) zodat de clematis nog met zijn bladsteel om deze draad kan draaien. Kies je voor een houten klimrek, zorg er dan voor dat de latjes van het rekje niet te dik zijn (max. 2 cm). Clematis in de border of pot kan je laten klimmen in enkele takken uit het bos die je in de aarde steekt en boven samenbindt in een punt met wat touw, dit geeft een natuurlijk uitzicht. Laat je nooit verleiden door de spiraalvormige stangen die te koop worden aangeboden. Deze zijn naar ons inziens niet echt geschikt om je plant op te laten klimmen. Hij geeft te weinig steun voor het aantal stengels dat zich zal vormen en de plant kan er afschuiven.


Na het aanplanten:
Hou er rekening mee dat een clematis het eerste jaar niet altijd zijn volle pracht zal tonen. Dit is zeker zo bij grootbloemige variëteiten. Na het eerste of zelfs het tweede jaar is een grootbloemige clematis pas echt op z'n mooist.

Werner Van Nuffelen

Web:  www.clematis.be

Opgesteld door

Werner Van Nuffelen

 

Kwekerij Van Nuffelen

De grootste en welbekende clematiskwekerij van België.

U vindt er een ruim assortiment van meer dan 680 clematis soorten

U krijgt ook alle nodige advies bij het uitzoeken, aanplanten en verzorging van uw clematissen

Tips van de Vlaamse Compostorganisatie vzw Vlaco

Tips van de Vlaamse Compostorganisatie vzw Vlaco

Meer genieten in uw prachtige tuin!  ‘Plant uw tuin vol vrije tijd’

9 tips voor een onderhoudsarme tuin:

Houdt u van een tuin met een eigen karakter en wat kleur in de borders? Vreest u echter het werk dat mooie borders met zich meebrengen: planten opbinden, jaarlijks zaaien, uitplanten, scheuren …?
Geen nood. Wanneer u een evenwicht vindt tussen plantkeuze, standplaats en uw eigen behoefte en smaak, dan verkrijgt u een onderhoudsarme beplanting die u jaren laat genieten van uw tuin. Met de 9 tips uit dit boekje kunt u meteen aan de slag. Planten kiezen, de voorbereiding en het onderhoud van een aanplant vormen voortaan geen geheimen meer voor u.

Meer informatie bij de tips en over vaste planten vindt u op www.junicompostmaand.be

Tip 1: Ga voor bodembedekkers
Bodembedekkers zijn vaste planten die laag over de bodem groeien en hem na enige tijd volledig bedekken. Ze vragen minder onderhoud en leveren ook minder tuinresten op dan een gazon. Delen van de tuin waar u niet over loopt maar die u toch open wenst te houden, kunt u eenvoudigweg omvormen tot vlakken met mooie bodembedekkers.

Tip 2: Kies vaste planten in functie van de standplaats
Vaste planten bestaan in vele hoogtes, bladvormen, bloeitijden en kleuren. U kunt ze eindeloos combineren naar eigen smaak. 
Kies voor soorten die passen bij het type (zand, leem, klei) en bij de vochtigheid van de bodem en die het goed doen op dat specifieke plekje (zon, halfschaduw, schaduw) in uw tuin.

Tip 3: Respecteer de groeikracht
Vaste planten hebben bij aankoop vaak amper loof. De plantenkweker biedt immers vooral een gezonde wortel aan met enkele krachtige groeipunten. In het voorjaar verschijnen  de frisse bladeren en bloemstengels die soms uitbundig kunnen groeien..
Laat u niet verrassen door de afmetingen die de plant soms pas na een paar jaar aanneemt. Lees daarom de informatie op het plantenlabel of ga te rade bij uw plaatselijk tuincentrum, in een boek of op internet. Leer inschatten hoe groot de plant mag worden die u op een bepaalde plek wilt zetten en respecteer de opgegeven plantafstand.

Tip 4: Verbeter de bodem met compost
Ook voor vaste planten is de bodem de ‘grond’ van de zaak. Verlies daarom de bodemvoorbereiding niet uit het oog en gebruik compost. Maak de grond een spade diep los en verwijder wortelonkruiden.
Compost verbetert de structuur van de bodem, stimuleert het bodemleven en houdt als een spons het vocht vast. Een dosis compost van 20 liter/m² (= 2 cm) inwerken, is prima als startbemesting.

Een overzicht van compostproducenten vindt u op www.vlaco.be

Tip 5: Plant met succes
Aanplanten doet u best tussen september en april behalve bij vorst of op al te natte grond.
Laat de potjes voor het planten gedurende tien minuten water opnemen.
Is de grond erg droog, vul de plantputjes dan een tweetal keer met water. 
De plantdiepte is gelijk aan deze van de pot. De bovenkant van de kluit komt dus gelijk met het bodemoppervlak.
Druk de grond goed aan met de hand en geef in het begin voldoende water.

Tip 6: Geef onkruid geen kans
Onkruid neemt spontaan de vrije ruimte tussen een jonge aanplant van bodembedekkers en andere vaste planten in.
Met enkele eenvoudige maatregelen kunt u dit voorkomen.
Verwijder bij het voorbereiden van de bodem systematisch de onkruidwortels.
Breng na aanplant een bodembedekking aan van houtsnippers, herfstbladeren of een dun laagje gazonmaaisel (max. 3 cm) om het kiemen van de onkruidenzaden af te remmen.
Verwijder tijdig de onkruidplantjes die zich toch nog ontwikkelen.
Naarmate de vaste planten verder uitgroeien, belemmeren hun bladeren de onkruidgroei en moet u nog slechts een paar keer per jaar controleren.

Tip 7: Laat afgestorven bladeren ter plaatse liggen ...
De bladeren en andere resten die de vaste planten doorheen het jaar op de grond laten vallen, hoeft u niet (meteen) op te ruimen. U kunt ze gewoon laten waar ze zijn. In de zomer remmen ze het uitdrogen van de bodem en de ontwikkeling van onkruid. ‘s Winters  beschermen ze de planten(wortels) tegen vorst, ijzige wind en striemende regen. Wanneer ze tenslotte volledig verteerd zijn, geven ze hun voedsel terug aan de plant.

Tip8:… en laat dorre stengels rustig staan.
Verander uw tuin in de herfst niet in een kale vlakte maar laat de afstervende, bovengrondse vaste plantendelen gewoon staan. Nuttige insecten maken van de holle stengels graag gebruik als schuil- of nestplaats.  Vogels pikken er de zaden, bessen en… insecten uit. En wat is er in de winter mooier dan een witberijmde plantenstengel?

Tip 9: Composteer!
Breng de onverteerde bladeren en de stengels die u toch verwijdert, via compostvat of -bak terug in de kringloop.  Zacht bladmoes, maar ook keukenresten en grasmaaisel, verteren het snelst als u het vermengt met ‘bruin’ structuurmateriaal. Droge (versnipperde) plantenstengels, stevige bladstelen en dorre bladeren zijn daarvoor prima geschikt. Hoe diverser uw tuin en hoe meer verschillende tuinresten u combineert, des te beter composteerbaar uw mix van tuinresten zal zijn, en des te evenwichtiger uw compost. 

Meer nuttige tips en handige informatie op:
www.junicompostmaand.be.

Opgesteld door

vzw Vlaco

Onderhoud uw rozelaars van maart tot november

Onderhoud uw rozelaars van maart tot november

 

Filroses: de raadgevingen van één van de beste rozenspecialist in België.

 

MAART-APRIL (Snoeien en preventief Behandelen)

•Van zodra de forsythia's in bloei staan: de herbloeiende Rozen snoeien (struiken, klimmers en stamrozelaars).
•Winterbescherming van de Rozelaars verwijderen.
•Een handvol Patenkali uitstrooien aan de voet van elke Rozelaar.
•Zodra de bladeren 5cm groot zijn: preventief behandelen tegen ziektes door pulverisatie.

MEI - JUNI (Bemesten, Besproeien en Behandelen)

•Een handvol Meststof Or Brun Speciaal voor Rozelaars uitstrooien aan de voet van iedere Rozelaar (1x/maand).
•Uw jonge Rozelaars één keer per week besproeien (10l water aan de voet van elke Rozelaar).
•Eén keer per week met “Purin d’Orties” en “Purin de Prêles” Or Brun de bladeren onderaan verstuiven.
•Voor de Rozelaars die het meest gevoelig zijn voor ziektes: met een fungicide behandelen.
•De verwelkte bloemen van de doorbloeiende Rozelaars verwijderen.
•Indien uw Rozelaars luizen verwelkomen: met een mengsel van in water verdunde zeep van Marseille pulveriseren (1 soeplepel/liter water).

JULI - AUGUSTUS (Bemesten, Besproeien, Behandelen, Variëteit Oude Rozen Snoeien)

•De wekelijkse sproeibeurten verder zetten, de verwelkte bloemen verwijderen (behalve voor de Rozelaars die vruchten zullen dragen zoals het type Rugosa), Meststof en “Purins” aanbrengen.
•De Oude Rozelaars (die slechts één keer bloeien) snoeien: 1/3 inkorten.

SEPTEMBER (Rozelaars opfrissen, zeker !NIET SNOEIEN!)

•Aan de voet van iedere Rozelaar een handvol Patenkali uitstrooien.
•UW ROZELAARS VOORAL NIET SNOEIEN! U mag ze wel opfrissen door alleen het dorre hout te verwijderen.

OKTOBER - NOVEMBER
(Winterbescherming, Aanaarding)

•Indien u houtvuren maakt, kunt u de asse aan de voet van de Rozelaars uitstrooien.
•Bescherm het entingspunt van uw Stamrozelaars.
•2 à 3 kg Compost of Amendement Or Brun 'Speciaal Rozelaars' op uw rozelaars uitstrooien en zorg daarbij dat uw oudere Rozelaars hun entingspunt bedekt is voor de vriesperiode.
•Uw jonge Rozelaars aanaarden (met een piramide van bladeren en turf tot op een hoogte van 30cm).

 

Voor meer inlichtingenwww.filroses.com

Opgesteld door

De kwekerij Filroses

stelt u voor een alsmaar scherpere selectie van de mooiste en meest gezonde Rozelaars. Een waarborg van kwaliteit en plezier in uw eigen tuinen.

Hoe kan men slakken uitschakelen ?

Hoe kan men slakken uitschakelen ?

De laatste 2 à 3 jaar worden velen geconfronteerd met een echte slakkenplaag in hun tuin. In sommige tuinen is het probleem zo erg, dat mensen het soms opgeven om nog iets aan te planten, laat staan om nog eigen groenten te telen.

In geval van 'lichte' schade kunnen klassieke hulpmiddelen nog enig soelaas bieden: uitstrooien van lavagruis rond gevoelige (zeg maar malse) plantjes, het plaatsen van biervallen, het aantrekken van natuurlijke vijanden (egels, padden, vogels,...), het nachtelijk verzamelen van slakken,...
Bij een zwaardere plaag blijken deze ingrepen vaak geen voldoende oplossing te bieden. Chemische slakkenkorrels zijn natuurlijk uit den boze (grondverontreiniging, vaak dodelijke vergiftiging van vogels en egels).


Gelukkig kan de natuur ons een handje toesteken. Sedert enkele jaren bieden wij de natuurlijke parasieten van slakken aan. Het zijn microscopisch kleine wormpjes ('aaltjes') die de slakken in de grond gaan parasiteren, wat hun dood veroorzaakt. Deze aaltjes zijn volkomen onschadelijk voor mens en (huis-)dier en hebben geen enkel negatief effect op de bodem of de planten. Ze worden opgelost in water en met de gieter aangebracht. Heel eenvoudig en doeltreffend!

Voor meer informaties en om te bestellen:   www.ecoflora.be

                                                                      > Tips & Links

Opgesteld door

Freddy Sparenberg
van de kwekerij Ecoflora

Tuintips voor grondsoorten.

Tuintips voor grondsoorten.

Tuintips voor grondsoorten


Kleigrond is voedzaam en houdt de vocht goed vast (belangrijk bij een droge zomer).
Veel planten doen het goed op kleigrond zoals: rozen, hortensia's, buxus, clematis,....
Om de kleigrond, en ook leemgrond, beter bewerkbaar te maken is het verstandig deze een wat opener structuur te geven door het toevoegen van losse aarde, bladresten (humus), compost of verteerde stalmest.
Een heel eenvoudige en doeltreffende methode wil ik hier aanbevelen. Bedek elk najaar de tuinborders met een dikke laag afgevallen blad. Het bodemleven wordt hierdoor gestimuleerd en het humusgehalte van de grond stijgt. Bovendien geeft deze ‘deken' een prima winterbescherming en krijgt het onkruid geen kans om tot ontwikkeling te komen. In het voorjaar werk je het verteerde blad door de grond. Zo ontstaat als vanzelf een gemakkelijk te bewerken bodemstructuur. Soms is het toevoegen van grof zand een optie om de grond te verschralen en de waterdoorlaatbaarheid te bevorderen.
 
Ongeschikt voor kleigrond zijn de planten en heesters die van zure grond (pH<6) houden. Dit zijn voornamelijk planten die het goed doen op bosgrond. Deze grond heeft een zeer hoog humusgehalte. Dit is te herkennen aan de donkerbruine kleur en de losse structuur. Ook deze grond houdt goed water vast. Planten, heesters en bomen, die van zure grond houden, zijn: dennen, beuken, rhododendrons, azalea's,  hosta's en skimmia.


Voor de verzorging en bemesting van tuinplanten is het van belang te weten op welke grondsoort een plant gedijt. De voedingsstoffen moeten aangepast zijn aan de zuurgraad waar de plant behoefte aan heeft. Als u toch tekorten merkt verbetert u de grond door toevoeging van humus, compost of verteerde stalmest, eventueel aangevuld met een geschikte specifieke meststof.
Overigens vragen de meeste tuinplanten een zwak zure tot neutrale grond (pH 6-7). Naast de grondsoort speelt ook de vochtigheid en de hoeveelheid zonlicht een rol in de keuze van de beplanting. Op een natte standplaats in de schaduw kiest u andere planten dan op een droge standplaats in de volle zon. Over het algemeen geldt dat u bij de keuze van de beplanting hier voldoende aandacht aan besteedt.  Een plant op de verkeerde plaats tiert niet en zorgt voor teleurstelling. Kijk ook rond in uw omgeving en observeer welke planten er groeien en het goed doen en welke niet.


Kortom: voor een juiste keuze bekijkt u zowel de grondsoort als de licht- en vochtbehoefte van de plant. Als u op deze wijze te werk gaat, zult u volop genieten van de begroeiing in uw tuin.

Opgesteld door

de redactie
van Magische Tuinen

Hoe uw tuingereedschappen goed onderhouden.

Hoe uw tuingereedschappen goed onderhouden.

 

Hoe uw tuingereedschap goed onderhouden.

Om beter te tuinieren is het belangrijk uw tuingereedschap goed te onderhouden.

Waarom:

-    Goed onderhouden tuingereedschap gaat langer mee.
-    Minder risico op beschading van planten en struiken en een betere groei.
-    Minder moeite bij het snoeien.
-    Om te vermijden dat ziektes en parasieten van ene plant overgaan op de andere.         

Het nodige onderhoudsmateriaal: een harde borstel of een metaalborstel, een vod, alcohol of solvent, een vijl of een slijpschijf, een schuurmiddel, een veiligheidsbril en beschermende handschoenen (bij voorkeur uit leder).



Wat moet je doen:


A) Voor knipgereedshap (snoeischaren, kniptangen, heggenscharen,..)

-    Reinig het lemmet met alcohol om ziekten en parasieten te verwijderen.                                                                              -    Slijp het lemmet met een vijl of een slijpschijf en een olie. Hou hierbij rekening met de geslepen kant.
-    Draai alle schroeven stevig vast en breng een druppel olie aan.
-    Smeer de veren met stevig vet.

B) Voor gereedschap met een steel (spaden, harken, schoppen,...)

-    Verwijder roest of droge aarde met een metaalborstel.
-    Bewerk de randjes met een vijl om een goed geslepen lemmet te verkrijgen.
-    Reinig met water en droog daarna met een vod.
-    Breng enkele druppels olie aan voor het opbergen.

 

Opmerkingen: Kies liefst essenhout voor houten handvatten, dat is sterk en soepel. Dennenhout breek gemakkelijker. Voor het onderhoud van deze handvatten: dompel ze een hele nacht in water zodat het hout opzwelt. Als het droog is, schuur de houten handvatten met een schuurmiddel zodat de handgrip comfortabel aanvoelt. Wrijf er met een vod wat paraffine (of olie) aan om het te verzachten. Vermijd vooral kunststof handvatten, want die geven u blaren.

Opberging: Berg uw gereedschap op in een droge en goed geventileerd plaats (zeker niet buiten onder de zon of in de regen). En altijd buiten het bereik van kinderen houden.

Opgesteld door

de redactie
van Magische Tuinen